Zuid Korea, (alles beter dan) Danyang - zaterdag
15 maart 2026 - Danyang-gun, Zuid-Korea
Ik ook met mijn grote mond. Zaterdag word ik wakker met een heel dubbel gevoel: lekker geslapen maar het idee dat ik over een paar uur in de lucht hang vind ik toch spannend. Ik ga dus weer paragliden, mocht het iemand ontgaan zijn. Vorig jaar mijn letterlijk laatste dag in Maleisie vond ik het waanzinnig leuk en toen ik las dat Danyang dé plek was om dit te doen was de keuze snel gemaakt.
Om 10u heb ik afgesproken bij de bus terminal, hier dus twee minuten lopen vandaan. Ik lig dom te scrollen maar moet er toch uit en haal wat te eten bij een semi-Franse bakkerij hier op een paar minuten lopen die overigens prima broden heeft. Ik koop er een groot wit stokbrood - niet voedzaam, wel adequaat. Ik krijg een appje van de instructeur dat hij er zo aankomt, ik blijf een tijdje wachten in de buurt van de brug. Een kleine man van een jaar of vijftig, grijzend. Toch een tikje zenuwachtig dus ik kan het niet laten: "My girlfriend would be really sad if I die today". Het komt allemaal goed, natuurlijk.
In zijn boek 'Een goede man slaat soms zijn vrouw' van Joris Luyendijk uit 1996 beschrijft hij zijn jaar uitwisseling in Egypte en ergens in het boek beschrijft hij - de precieze woorden weet ik niet meer - dat hij het fascinerend vindt hoe Nederlands voetbal altijd wel een gemene deler is, een link. Waar ik altijd wel een of andere film klaar heb liggen als ik hoor uit welk land iemand komt, hoor ik negen van de tien keer: voetbal. Nu ook weer: "Aaah Netherlands! Hiddink!" Begrijp me goed, ik vind dit leuk, ik blijf het alleen apart vinden dat een land dat zo weinig kampioenschappen wint zo wereldberoemd is op dit vlak.
Met twee Koreaanse meiden die net zijn geland rijden we naar het kantoortje van het paraglide bedrijf, een stukje over de brug heen in de buurt van een van de grotten. Er is even wat onduidelijkheid die voor een groot deel ook bij mij ligt: ik wil graag langer vliegen dan tien minuten maar moet daarvoor ook meer betalen maar tegelijkertijd laat ik ook een paar keer aan de instructeur zien dat het niet te extreem moet zijn, zo'n Extreme Course, want ik met mijn angst voor duizeligheid. Waar ik trouwens vorig jaar in Maleisie totaal geen last van heb gehad en ik denk dat zo'n tweede keer enger is, juist omdat ik nu weet wat me te wachten staat. Ik heb geen geld bij me en ik zit me weer de hele tijd lekker druk te maken of ik bij moet gaan betalen nadat ik krap zeven minuten in de lucht heb gehangen na de 25 minuten van vorig jaar.
Met twee Filippijnse meisjes rijden we naar boven zodra we de hele riedel hebben ondertekend en we speciale kleding hebben aangetrokken. Zodra ze zien hoe lang ik ben is even de vraag of ze wel de goeie maat voor me hebben, gaat gelukkig goed. Net zoals vorig jaar Maleisie gaan we weer een stuk naar boven dat zo steil is dat ik het knap vind hoe die auto het volhoudt. Bovenop de berg gaan de twee meiden eerst. De Koreaanse oude baas aan wie ik ben gekoppeld zegt goedkeurend over het eerste meisje dat ze het goed doet, het tweede meisje kan zijn goedkeuring niet dragen, qua afsprong. Zodra ik vastgegespt ben is de instructie eigenlijk 'run run run!' Het blijft een spannend idee om de afgrond in te rennen, tegennatuurlijk.
Het gaat verrassend goed, blijkbaar heeft die ervaring van vorig jaar toch nog iets opgeleverd. Het is wel een stuk kouder dan vorig jaar in Maleisie en ook een stuk grauwer, waar ik vorig jaar strand en helderblauwe zee onder me had is het nu toch een stuk grijze lucht, grauwe bergen en een stad waarvan ik niet meer hoef te zeggen wat ik ervan vind. De wind trekt ook een stuk harder, dat is wel wat spannender. Ja, het is tof om in de lucht te hangen en ook ja: ik heb het nu wel weer gezien, dat paragliden. Het is leuk, ik vind alleen 50 euro voor zeven minuten in de lucht hangen erg fors, ook de reden dat ik niet meer ga ziplinen.
Door het trekken van de wind ben ik heel even bang voor duizeligheid, gaat verder goed. Tuurlijk geniet ik er wel van - ik bedoel, ik heb in de lucht gehangen in Korea, best sexy - alleen het is nu wel klaar. Grappig is wel dat ik van mijn instructeur een complimentje krijg over hoe ik mijn benen optil bij het landen, vorig jaar in Maleisie ging dat een stuk minder soepel. Nu gaat het goed en ik app De Vriendin dat ik het overleefd heb.
Wel krijg ik de beelden van de gopro op mijn telefoon overgezet. De jongen die dat voor me regelt is er nog mee bezig wanneer we alweer rijden naar het bedrijfje, en iets later hoor ik een stevige tik op het autoraam en wanneer ik het raam naar beneden druk krijg ik mijn telefoon - met het gopro materiaal van de vlucht - in mijn handen. Op de een of andere manier vind ik dit erg grappig.
Door de baas van het bedrijfje word ik uitgenodigd om met hen te gaan eten in een van de restaurants waar hij met zijn bedrijfje zit, ik heb op dat moment nog het idee dat ik naar de Guinsa Temple wil dus ik heb er geen rust voor. Wel krijg ik van hem nog een lokaal restaurant waar ik vegetarisch kan eten, iets wat ik voor vanavond wil bewaren. Het is nog zo'n twintig minuten teruglopen naar het centrum. Vlak voor de brug terug naar het centrum kom ik langs een ander Tourist Information Point waar ze wat behulpzamer zijn dan in het centrum. Grappig: de vrouw vraagt of ik Duits spreek, het is de eerste 'Fremdsprache' na natuurlijk haar moedertaal Koreaans. Als haar Engelssprekende collega erbij komt wordt het een grappige mix van Koreaans, Engels en Duits. Nooit gedacht dat ik iets aan mijn Duits zou hebben terwijl ik in Korea was.
Ik ben er vooral omdat ik wil weten hoe ik bij de Guinsa Temple kom: de wandeling die ze aanraden wil ik voor morgen bewaren. De bus van 12.20 haal ik op dat moment niet meer, het wordt een bus van iets na twee uur 's middags. Ze schrijven een briefje in het Koreaans die ik kan laten zien aan de buschauffeur. Het zijn vriendelijke dames en het feit dat zij Duits tegen me spreekt en ik Engels antwoord vind ik geniaal.
In het hostel heb ik wat tijd stuk te slaan tot de bus gaat en ik besluit mijn plannen om te gooien, ik vind het ergens toch wel te riskant om nu nog een bus te pakken en de bussen terug van de Guinsa Temple gaan ook niet bepaald onbeperkt. Ik doe die middag een wandeling van nog geen uurtje naar twee uitkijkpunten, op mijn eigen tempo zonder vast te hoeven zitten aan busschema's. Dat blijkt de dag erna een goeie keus te zijn geweest, daarover later meer. Voor de naamsbepaling: ik loop nog geen uurtje naar twee uitkijkpunten, de Dodamsambong Peaks en de Seongmun Natural Arch. Ik zit echt nog te kijken of ik een stevigere wandeling kan doen met meer natuur, het is alleen echt niet te doen zonder heel veel wandelervaring - en ook het organisatorische aspect ervan. Ik besluit het te doen hiermee en dat is oke, ik dwing mezelf niet te veel te willen.
De Dodamsambong Peak is een uitkijkpunt vlak langs een autoweg met nog een heuvel erbij, een paar grote rotsen in het water met een tempel erop die je niet kan bezoeken, het trekt op deze zonnige zaterdag veel publiek. Ik haal weer een koffie - wat blijven die dingen hier toch aangenaam groot - en wat koekjes, loop wat rond, erger me aan de aquaria van de viswinkels met levende vissen in veel te kleine bakken en de paarden die aan een wagen gekoppeld zijn, voor de rest: leuk! Simpel, leuke vulling van de dag. De Seongmun Natural Arch is weinig spectaculair, het is vooral lekker om even buiten adem te zijn na een stukje klimmen.
Later. Ik ga inderdaad over de brug heen naar hetzelfde terrein als waar het paraglide bedrijfje zit naar het restaurant waar ik vega zou kunnen eten. Ik heb alleen geen idee meer welke etablissement het was, de letters zijn in het Koreaans. Ik vraag het aan de man met wie ik eerder die dag nog in de lucht heb gehangen. Ik beland al snel in een lokaal Koreaans restaurant waar verder niemand zit, lange tafels met spiegels aan de rechterkant van de ruimte. Ik krijg een heel menu voorgeschoteld: aanvankelijk denk ik dat dit het is en dat vind ik al heel veel, de man zet alleen nog heel veel andere kleine bijgerechtjes op tafel. Het is een soep, het is een gelei waarvan ik de dag daarna hoor dat het een notengelei is, witte rijst, een pittige saus, pannekoeken en dus nog allerlei bijgerechtjes als kimchi, zeewier, spinazie, paddenstoelen en nog een aantal dingen die ik niet kan plaatsen,
Niet alles vind ik lekker: de soep is niet vies maar ook niet lekker, de pannekoeken en de saus vind ik heerlijk, de gelei is slijmerig maar smakelijk en de dingen die eruit zien als een combinatie van uitjes en maden laat ik voor de zekerheid staan. De man somt razendsnel op welke van de bijgerechtjes ik kan mengen met de soep, hij noemt het alleen zo snel op dat ik het alweer ben vergeten voor hij is uitgesproken. Kort samengevat: ik doe maar wat. Ik eet een deel op, sommige gerechtjes vind ik verrassend lekker - de kimchi - het zeewier / spinazie vind ik echt veel te droog.
Ik schaam me rot dat ik zoveel moet laten staan, aan de andere kant: het is niet mijn schuld dat hij me zoveel geeft. Ik geef iets in vertaalapp Papago dat ik het erg lekker vind maar dat mijn Europese smaakpapillen er nog aan moeten wennen, zoiets. De man lijkt er niet om te geven.
Terug in het hostel. Ik vind het best eenzaam en mijn telefoonverslaving roept. Het kost me gelukkig geen moeite om via een andere app mijn telefoon 4,5 uur - tot middernacht - op slot te zetten, en ik kan mijn boek uitlezen. Ik haat het van mezelf dat ik continu de neiging heb mijn telefoon (Instagram) te checken, ik ben het meer gaan doen, dat op slot kunnen zetten is fijn en ik kan gelukkig weer een boek afvinken dit jaar.
Veel langer geblogd dan gepland, als je het tot hier hebt volgehouden: respect.
😀