Zuid-Korea, Danyang - zondag, deel #1

16 maart 2026 - Danyang-gun, Zuid-Korea

Zondagochtend word ik wakker met het idee dat ik het nog maar een dag hoef vol te houden in Danyang. Na wederom wat brood te hebben gehaald bij de Paris bakkerij loop ik naar de bus terminal en vraag daar naar de bus voor de Guinsa Temple, er zou er eentje om 10.10u moeten gaan. 

De medewerkers van de terminal zijn niet heel erg behulpzaam of spraakzaam, later van de hostel eigenaresse hoor ik dat ze geen toeristen gewend zijn. Ik vraag hun waar de bus naar de tempel gaat, er wordt naar boven gewezen, ik denk dat ze de bovengelegen bushalte bedoelen. Ik blijf een tijdje rondhangen, en wanneer er een bus verschijnt vraag ik snel aan twee Koreaanse twintigers of dit de bus is naar de Guinsa Tempel. Nee, maar ze willen me graag even helpen, en ze blijken me te herkennen van de dag ervoor bij het uitzichtpunt. Altijd fijn om mensen in de buurt te hebben die voor je willen vertalen. Wat blijkt: ik had gewoon het bordje in Westerse letters kunnen zien 'Guinsa Temple' als ik iets meer omhoog had gekeken. Dit verklaart een hele hoop.

Volgens de gids is het 40 minuten met de bus, misschien omdat het een zondag is maar de bus doet er nog geen half uurtje over. Ik heb geen idee wat ik in de tempel wil, misschien even rondhangen en dan weer terug, als het de dag maar een beetje vult. We worden afgezet bij een werkelijk gigantisch terrein waar ik op dat moment nog maar een klein deel van zie. Ook bij de Koreanen met wie ik ben is er nogal wat verwarring over het feit dat er wel een ticket kantoor is maar geen medewerker. 

Er is een vrouw - haar naam is Sally, van 48, die met haar vijf jaar oudere zus de tempel bezoekt, als ik het goed begrijp een jaarlijks bezoek. Sally spreekt Engels, haar zus niet, en ze besluit me op sleeptouw te nemen de rest van de dag waar ik haar erg dankbaar voor ben; Sally weet precies waar ze heen moet en ik, een doolhof dat het complex is, weet dat niet. Alleen al naar de tempel zelf is het een behoorlijke klim en dan moet het stuk naar het graf van de eerste monnik nog komen. We wisselen wat beleefdheden uit over en weer, zij is volgens mij verzekeringsagent en haar zus zit in het onderwijs. Sally neemt me mee langs een aantal gebedsruimtes met gigantische gouden beelen en doet me voor hoe je een buiging maakt. Ik heb nog steeds niks met het boeddhisme, het is wel nog steeds een mooie dagvulling. 

Het wordt ondertussen lunchtijd, en ik had gelezen dat de monniken gratis lunch aanbieden. Gratis is magisch, het is natuurlijk niet voor niets dat ik die bus om 10.10 heb genomen, ik wil wel een gratis hapje eten . De lunch bestaat uit vrijwel hetzelfde als wat ik die avond ervoor als avondeten heb geha maar dan - gelukkig - een stuk minder. Heel erg lekker vind ik het niet perse maar het vult de maag. 

Even een deel 1 - het zal waarschijnlijk wel goed gaan met automatisch opslaan maar voor de zekerheid alvast deze; ik moet zo de trein in!

Jouw reactie